Leer van de Meesters: beter presenteren

Overtuigend spreken is een kwestie van goede argumentatie én presentatie. In deze blog richten we ons op het laatste. We hebben vier video's voor u geselecteerd die elk een ander aspect behandelen van overtuigende presentatie. Leer hierdoor zelf overtuigender spreken en deze technieken bij anderen te doorzien.

1. Lichaamshouding

Tips voor een betere lichaamshouding

 

Waar laat je je handen tijdens het spreken? Leg je ze op het katheder, of gebruik je ze anders? Deze wereldkampioen Public Speaking geeft ons zijn beste tips voor een goede lichaamshouding.
 

 

2. Taalgebruik

Hoe Martin Luther King zijn speech opstelt

 

De 'I have a Dream'-speech van Martin Luther King is waarschijnlijk de bekendste speech ooit gegeven. In deze video-analyse zien we hoe Dr. King taalkundig manoeuvreert en waarom zijn speech tijdloos is.
 

 

3. Stemgebruik

Hoe kom je slim over in een TEDx talk?

 

In deze TEDx-classic zien we hoe comedian Will Stephen zonder ook maar iets inhoudelijks te zeggen, toch een boeiende TEDx talk weet te geven. Daarbij is zijn stem zijn grootste wapen.
 

 

4. Framing

Hoe kun je overtuigen met maar 1 woord?

 

Hypotheekrenteaftrek of villasubsidie? Pro-life, of pro-choice? De manier waarop we dingen ‘framen’ maakt een wereld van verschil. Professor Eugène Sutorios laat in deze video zien hoe framing het publieke debat bepaalt. 
 

 

5. Zelf aan de slag

 

Oefening baart kunst

Zin gekregen om uw kennis en vaardigheid verder te vergroten? De DebatUnie biedt u de meest ervaren debattrainers van Nederland. Kijk hier voor onze docentencursussen en hier voor onze workshops voor leerlingen en studenten.

En toen was het stil...

  Sander van der Stok  is mede-oprichter van de DebatUnie en gespecialiseerd in debat, argumentatie en burgerschap in het middelbaar beroepsonderwijs.

Sander van der Stok is mede-oprichter van de DebatUnie en gespecialiseerd in debat, argumentatie en burgerschap in het middelbaar beroepsonderwijs.

Verslag van een educatieve reis naar Bergen-Belsen
Door Sander van der Stok

Fase 1: 'stArtshot' 

Onder de bezielende leiding van practor Burgerschap Chris Holman heeft ROC Noorderpoort de afgelopen maanden een prachtig burgerschapstraject uitgerold rond het thema 'herdenking'. De spreekwoordelijke raket kende meerdere trappen. Men trapt af met het zogeheten 'stArtshot' op 9 februari 2017. Ruim 200 studenten − waarvan ruim de helft van niveau 2 − zien in de lokale bioscoop van Stadskanaal een film over de holocaust en gaan met elkaar in debat.

 
 Son of Saul (klik hier voor de recensie in de Volkskrant)

Son of Saul (klik hier voor de recensie in de Volkskrant)

 

De film 'Son of Saul' is kort maar krachtig. Saul wordt als lid van het 'Sonderkommando' in Auschwitz gedwongen mee te werken aan de massamoord. Hij tracht gedurende de film een Rabbi te vinden om zijn zoontje ritueel te begraven.  De verhaallijn is eenvoudig, de film is kort, er wordt weinig gesproken. Het streven van Saul staat symbool voor de '(re)humanisering' van zijn zoontje, en daarmee misschien van iedereen (naar het Joodse gezegde "'Wie een mens redt, redt de hele mensheid."). 

Naar de tragiek van de Tweede Wereldoorlog kijken is één ding, er kritisch over nadenken en er publiekelijk over spreken is een tweede. In theater Geert Teis gaan de studenten in debat over onder andere de volgende stelling: 

"Tijdens de nationale dodenherdenking zouden vanaf 2020 ook Duitse soldaten moeten worden herdacht." 

Dankzij de bijscholing die de docenten in de maanden voorafgaand aan stArtshot hebben gevolgd kunnen ze de debatten zélf leiden en jureren. Opleider en dagvoorzitter Sander van der Stok helpt de studenten, die in twee groepen zijn verdeeld over de eerste drempel. Al na het eerste debat beginnen de studenten zichtbaar enthousiast te worden; in het derde debat doet vrijwel iedereen actief mee. Familiegeschiedenissen en anekdotes brengen de debatten tot leven; het niveau is opvallend hoog. 

 
 
 
 Studenten in debat. Docenten werken samen in duo's bij het leiden en jureren van de debatten.

Studenten in debat. Docenten werken samen in duo's bij het leiden en jureren van de debatten.

 

Fase 2: burgerschapslessen

Dankzij stArtshot is het thema gaan leven bij de studenten. Ook is het makkelijker geworden om in de les debatten te voeren. De kunst is nu om het vuurtje brandende te houden in de periode tot het bezoek aan Bergen-Belsen, op 4 mei. Docenten maken daarvoor gebruik van een serie lesbrieven die de DebatUnie voor hen heeft ontwikkeld. Deze gaan o.a. over vertrouwen in de samenleving, het gevaar van het blind volgen van autoriteit en de moeilijke vraag van 'goed' en 'fout' in de oorlog.

Geïnteresseerden kunnen de lesmaterialen hier downloaden.  

Fase 3: Bezoek Bergen-Belsen

Het is zover: 4 mei, de dag van de dodenherdenking. Ruim 200 studenten vertrekken in de vroege ochtend naar Bergen-Belsen. Sander van der Stok is erbij met camera en notitieblok. De heenreis blijkt voor sommige studenten al een beproeving:

"Ik heb ADHD en kan geen vier uur stilzitten."

 
 
 De eerste bussen vertrekken om 05:45 uur

De eerste bussen vertrekken om 05:45 uur

 

Naar aanleiding van recente berichten over ongepast gedrag van leerlingen tijdens een schoolreis naar Auswitz is bij sommige docenten enige vrees ontstaan voor een lacherige sfeer. Lachen is een manier om om te gaan met het ongemak dat ontstaat bij het zien van zulk een gruwelijke geschiedenis. De sfeer in de bus wekt echter vertrouwen: er heerst een gemoedelijke sfeer van 'samen een dagje uit', maar het wordt niet uitbundig. Vlak voor aankomst wordt duidelijk gemaakt wat de regels van het museum zijn en wat wel en niet gepast is op zo'n beladen locatie. 

 
Excursie Bergen-Belsen Noorderpoort 4 mei 2017 (1).JPG
 Anne Frank kwam kort voor de bevrijding van Bergen-Belsen om het leven, toen de omstandigheden het slechts waren.

Anne Frank kwam kort voor de bevrijding van Bergen-Belsen om het leven, toen de omstandigheden het slechts waren.

Eenmaal op locatie ontvangen de studenten in kleine groepen een presentatie over de geschiedenis van het kamp. E.e.a. zou naar mening van de auteur iets meer toegespitst kunnen worden op jonge bezoekers, o.a. wat betreft tempo en visuele ondersteuning. De grote lijnen zijn echter duidelijk; de studenten letten op en stellen goede vragen. 

 De studenten ontvangen in kleine groepjes een presentatie over de geschiedenis van het kamp.

De studenten ontvangen in kleine groepjes een presentatie over de geschiedenis van het kamp.

 

De groepjes verplaatsen zich naar het museum. Ook zijn er talloze foto's, objecten en getuigenissen die de tragiek van dit kamp van verschillende kanten zichtbaar maken. De videobeelden die zijn gemaakt in de dagen nadat de geallieerden het kamp hadden bevrijd maken diepe indruk.

 
 Eén van de verantwoordelijken, die om onduidelijke redenen is achtergebleven in het kamp, in de wetenschap dat het zou worden overgedragen aan de geallieerden.

Eén van de verantwoordelijken, die om onduidelijke redenen is achtergebleven in het kamp, in de wetenschap dat het zou worden overgedragen aan de geallieerden.

 
 De getuigenissen van nabestaanden brengen de geschiedenis tot leven.

De getuigenissen van nabestaanden brengen de geschiedenis tot leven.

 

Na ruim een uur in het museum te zijn geweest, is het tijd om naar buiten te gaan. Tot teleurstelling van de studenten blijkt het oorspronkelijke kamp, ter grootte van ruim 17 voetbalvelden, nagenoeg te zijn verdwenen. Wat rest zijn de funderingen van enkele structuren, en massagraven die op verzoek van nabestaanden intact zijn gelaten. De gids weet de plek door zijn toelichting de nodige duiding te geven, maar er moet veel aan de verbeelding worden overgelaten. Ook krijgt hij concurrentie van wind en regen. Desalniettemin werkt de plek zichtbaar op de studenten in. 

 
 
 
 

Het is tijd om naar huis te gaan. Op de terugweg gaan de studenten opvallend ontspannen om met de vertraging door de file. Misschien heeft het kampbezoek hun relativeringsvermogen versterkt? Na het nuttigen van een welkome wiener schnitzel met friet gaan we de grens met Nederland over. Een grens die er dankzij onvoorstelbare moed, volharding en talloze offers (weer) is. De stemming wordt steeds opgewekter. De studenten hebben zich ondanks de nodige ongemakken de hele dag keurig gedragen, ze mogen trots op zichzelf zijn. 

 
 De dag wordt vrolijk afgesloten, in de aanloop naar 5 mei

De dag wordt vrolijk afgesloten, in de aanloop naar 5 mei

 
 

Reflectie

Wat nemen de studenten mee van dit burgerschapstraject? Wordt Bergen-Belsen opgeslagen als 'een plek waar hele erge dingen zijn gebeurd', of kunnen de studenten ook verbanden leggen met hun eigen tijd en (samen)leven? Zullen ze de twee minuten stilte ietsje anders beleven? Het antwoord hangt van het grootste deel van henzelf af, van factoren die we niet volledig kennen en heel beperkt kunnen beïnvloeden. Deels hangt het ook af van de docenten van Noorderpoort en de verdere invulling van hun burgerschapsonderwijs. Blijven zij de studenten uitnodigen om met elkaar in debat te gaan over de actualiteit, over de omgang van minderheden, over de relatie tussen vrede en democratie?

Hoe dan ook zijn de studenten een ervaring rijker. Ze hebben geleerd respectvol met elkaar van gedachten te wisselen over een geschiedenis die aan relevantie niets heeft ingeboet. En ze hebben die geschiedenis met eigen ogen kunnen bezichtigen. Met dank aan een bijzondere docent/practor die gelooft in wat hij doet en daarnaast van aanpakken weet: Chris Holman. Bij dezen een woord van dank en waardering vanuit de DebatUnie aan Chris voor de samenwerking en het werk dat hij doet. 


Wilt u eens van gedachten wisselen over een traject burgerschap en kritisch denken binnen uw beroepsopleiding, cluster of instelling? Neem vrijblijvend contact op met Sander van der Stok via vanderstok@debatunie.nl. 

De verschillen blijven

 Sander van der Stok is mede-oprichter van de DebatUnie en gespecialiseerd in debatteren in het middelbaar beroepsonderwijs. Klik   hier   om met Sander in contact te komen.

Sander van der Stok is mede-oprichter van de DebatUnie en gespecialiseerd in debatteren in het middelbaar beroepsonderwijs. Klik hier om met Sander in contact te komen.

Polariseren en profiteren

De inauguratie van Donald Trump als President van de Verenigde Staten is voor veel mensen een bizarre gebeurtenis. Trump’s verkiezing heeft veel te maken met de polarisatie van verschillen. Het was platteland versus stad, blank versus niet blank, man versus vrouw en laagopgeleid versus hoogopgeleid. Deze groepen gingen niet mét, maar óver elkaar in gesprek.

Samenleven met verschillen

Verschillen stellen ons telkens weer voor dezelfde uitdaging: hoe gaan we ermee om? Dit probleem is van alle tijden. Het dient zich aan zodra we samen zijn, op welke schaal dan ook. Zet twee mensen bij elkaar, als partners, collega’s, vrienden of huisgenoten. Zij zouden zich amper hoeven aanpassen als zij aan elkaar gelijk waren geweest. Maar dat zijn ze niet: ze verschillen. De een is een ochtendmens, de ander een avondmens. De één houdt van strakke orde, de ander voelt zich daar onprettig bij. De verschillen zijn een feit. Ze blijven. Dit leidt tot terugkerende ergernissen en grensgeschillen. Goede relaties kenmerken zich door hun vermogen om daarmee veerkrachtig om te blijven gaan, door telkens een nieuw evenwicht te vinden.

Hetzelfde geldt voor de samenleving als geheel. Gemeenschappen hebben niet genoeg aan wat men met elkaar gemeen heeft. Hoe stabiel ze zijn hangt voor een belangrijk deel af van hun vermogen om om te gaan met verschillen.

Afzwaaiend president Obama gebruikte zijn laatste moment in de schijnwerpers om te onderstrepen hoe belangrijk het is om naar elkaar te luisteren. “We zitten zo veilig in onze bubbels, dat we alleen nog informatie accepteren die overeenkomt met onze meningen”. Burgers zijn verkokerd geraakt, zijn opgesloten in subgemeenschappen van gelijkgestemden en moeten actief moeite doen om daar uit te breken, online en offline.

Veel toon, weinig debat

In Europa en in Nederland zien we een vergelijkbaar beeld. De overspannen omgang met verschillen, de ‘informatiebubbels’, de sensatiezucht in veel media. Conflict is sensationeel, sensatie leidt tot aandacht, aandacht resulteert in kijkers en in stemmen. Trump heeft daarvan in de VS slim gebruik gemaakt. Veel mensen zien dat met lede ogen aan, zoeken manieren om zich hiertoe te verhouden.

Gezien de populariteit van zijn artikel wist Bas Heijne voor de jaarwisseling in zijn column voor NRC Handelsblad bij veel mensen een snaar te raken ("er is alleen nog maar toon, geen debat"). Hij hekelde de manier waarop in Nederland het publieke debat wordt gevoerd.

“Waarom gaat het in Nederland vrijwel iedere dag over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting, over wat je mag zeggen en waarom je het mag zeggen – en vrijwel nooit over het gebrek aan een echt publiek debat? Wat hier debat genoemd wordt is in wezen niets anders dan een eindeloze reeks zelfuitingen, in naam van een narcistische overtuiging dat het er om gaat gehoord te worden. Het lijkt niet eens de bedoeling dat de verschillende standpunten helder tegenover elkaar komen te staan.”

Heijne combineert deze observatie met een oproep tot écht debat. Debat dat zich niet beperkt tot geschreeuw en ook niet tot cijfers en feiten, maar dat gaat over de vraag wie wij willen zijn en in welk land wij willen leven. Dat is een terechte oproep, die het verdient herhaald te worden.

Opgroeien in het 'nieuwe normaal'

Er groeit nu een generatie op die geen alternatief meer kent voor de manier waarop er publiekelijk met verschillen wordt omgegaan. Zij zijn als het ware kinderen van een slecht maatschappelijk huwelijk. Jongeren krijgen voorgeschoteld dat het ‘andere’ gevaarlijk is, dat verschillen bedreigend zijn en niet veilig besproken kunnen worden. Daarmee is niet gezegd dat het vroeger beter was: verschillen zijn lang verzwegen. Je zou kunnen zeggen dat er sprake was van schijnharmonie. Toch zien we nu duidelijk dat het evenwicht verstoord is: taal, omgangsvormen en wereldbeelden drijven van elkaar af. De samenleving is op een andere, mogelijk diepere manier verzuild geraakt. 

Deze ontwikkelingen leveren prangende vragen op: zit er voldoende veerkracht in onze instituties en democratisch bestel om deze crisis te doorstaan? Wanneer en hoe vinden wij een nieuw evenwicht? De tijd zal het leren.

De klas als tussengemeenschap

Gelukkig hebben we in het onderwijs de mogelijkheid om elke dag een klein gewichtje in de schaal te leggen. Docenten kunnen hun leerlingen en studenten tot op zekere hoogte ‘inenten’, tegenwicht bieden aan de verzieking. Dat doen ze door leerlingen een alternatief te laten zien, door hen te laten ervaren hoe je óók met verschillen om kunt gaan. De klas is daarvoor als ‘tussengemeenschap’ de ideale plek, tussen het gezin en de samenleving in. Met andere woorden: in de klas kan een ander, beter ‘normaal’ worden gehanteerd dan daarbuiten geldt.  

Debat is een geschikte manier om daar invulling aan te geven. Mits goed begrepen en benut, kan klassikaal debat een veilige omgeving bieden om respectvol te leren spreken en kritisch te leren denken over verschillende visies op het leven en de samenleving. Omdat leerlingen een standpunt wordt opgelegd, leren ze spelenderwijs van perspectief te verschillen en te wisselen, zonder dat het persoonlijk wordt. Deelnemers spreken elkaar met 'u' aan, krijgen het woord in plaats van het te nemen en ondervinden dat dingen voor een neutrale jury nooit 'gewoon' zo zijn. 

We zien het grote in het kleine terug en het kleine in het grote. Laten we het onderwijs dus gezamenlijk tot een voorbeeld maken van goed samenleven. ‘Yes we can!’

Luistertip: Prachtig gesprek met psychiater Dirk de Wachter over 'verschildenken', liefde en de beperkingen van rationaliteit (link).

 

 

5 Onmisbare tips voor een bloeiende debatclub

Door ALEXANDER SCHINKEL, speciale dank aan MICHEL KLIJMIJ

  OP DE KOFFIE MET...  Michel Klijmij drinkt zijn koffie zwart en sterk. Hij is docent Aardrijkskunde op het Coornhert Gymnasium in Gouda. Sinds 2008 begeleidt hij de debatclub van zijn school. Met succes: er zijn nu 52 leerlingen actief en er worden uitstekende wedstrijdresultaten geboekt. Een belangrijk onderdeel van het succes is dat leerlingen zelf de organisatie zijn gaan dragen, Michel hoeft hen alleen te begeleiden. Benieuwd hoe dit werkt?  Michel geeft hier 3 extra tips voor gevorderde debatclubs.   Michel debatteert zelf ook wel eens mee op de vrijdagmiddagen als de debatclub samenkomt. Sommige leerlingdebaters zijn hem wat debatteren betreft al voorbij gestreefd. Michel: “Dat vind ik alleen maar mooi om te zien!”     Behoefte aan meer advies bij het oprichten of begeleiden van een debatclub? Stuur dan gerust een bericht naar  Alexander Schinkel .

OP DE KOFFIE MET...
Michel Klijmij drinkt zijn koffie zwart en sterk. Hij is docent Aardrijkskunde op het Coornhert Gymnasium in Gouda. Sinds 2008 begeleidt hij de debatclub van zijn school. Met succes: er zijn nu 52 leerlingen actief en er worden uitstekende wedstrijdresultaten geboekt. Een belangrijk onderdeel van het succes is dat leerlingen zelf de organisatie zijn gaan dragen, Michel hoeft hen alleen te begeleiden. Benieuwd hoe dit werkt? Michel geeft hier 3 extra tips voor gevorderde debatclubs.

Michel debatteert zelf ook wel eens mee op de vrijdagmiddagen als de debatclub samenkomt. Sommige leerlingdebaters zijn hem wat debatteren betreft al voorbij gestreefd. Michel: “Dat vind ik alleen maar mooi om te zien!”

 

Behoefte aan meer advies bij het oprichten of begeleiden van een debatclub? Stuur dan gerust een bericht naar Alexander Schinkel.

1. Houd leerlingen het gehele schooljaar betrokken.

Zorg als begeleidend docent voor een vast oefenmoment waarop iedereen aanwezig is. Bij grote voorkeur iedere week. Probeer met de debaters aan zoveel mogelijk debatwedstrijden mee te doen.

Bezoek niet alleen de grote landelijke toernooien, maar ook de kleinere toernooien in de eigen stad of regio. Als die er niet zijn, organiseer dan (met de debatclub) zelf een toernooi op school. Zo is er voor de debaters altijd een doel om naartoe te werken. Dit houdt leerlingen fanatiek en betrokken. Deze continuïteit is de basis van een bloeiende debatclub.

2. Laat leerlingen zien dat ze vooruitgaan.

Leerlingen haken af als ze het gevoel krijgen nooit goed genoeg te zullen worden. Dat gevoel kan ontstaan als na oefendebatten keer op keer alleen wordt benadrukt wat fout ging. Binnen de debatclub moet een veilige sfeer bestaan waarin fouten gemaakt mogen worden. Om dat te bereiken moeten leerlingen onderling opbouwende feedback leren geven. Het is ook belangrijk dat groei wordt (h)erkend en benoemd. Daardoor zien debaters dat ze verbeteren en blijven ze gemotiveerd.

3. Maak de debatclub toegankelijk en zichtbaar.

Er bestaan vooroordelen over de debatsport en leerlingen denken vaak ten onrechte dat 'het niets voor hen is'. Dat is natuurlijk een gemiste kans, voor henzelf en de debatclub. Om dit probleem te verminderen moet aandacht worden besteed aan de sociale dimensie van de debatclub. Creëer een sfeer waarin ook ruimte is voor gezelligheid en plezier.

Organiseer met dat doel activiteiten buiten de wekelijkse bijeenkomsten (bijvoorbeeld etentjes). Sluit toernooidagen gezamenlijk af in de dichtstbijzijnde pizzeria. Laat leerlingen, waar mogelijk, zichtbaarheid geven aan deze activiteiten via sociale media. Dit geeft de debatclub een toegankelijker imago, zodat nieuw talent zich sneller aanmeldt.

4. Laat je niet ontmoedigen door topteams.

Sommige scholen zijn al sinds de late jaren '90 met debatteren bezig en hun debatclubs lijken soms onverslaanbaar. Het is het belangrijk dat leerlingen niet geïntimideerd raken. Leer ze om het retorische geweld van meer ervaren teams met een flinke korrel zout te nemen (en als begeleidend docent kan het ook geen kwaad).

Ongeacht hoe indrukwekkend het wordt gebracht, ongeacht hoe berucht de tegenstander is: ieder argument heeft een achilleshiel en iedere strategie is te verslaan. Dit moeten leerlingen voor ogen houden tijdens debatten tegen meer ervaren teams.

Mocht er desondanks toch verloren worden, dan was het debat tegen de sterke tegenstander waarschijnlijk zeer leerzaam. Blijf de eigen vooruitgang benadrukken en voorkom dat leerlingen ontmoedigd worden.

5. Zorg voor draagvlak bij collega's.

Bij het opzetten en voortzetten van een debatclub is de steun van collega’s en directie onmisbaar. Maak daarom voor collega’s zichtbaar wat debatteren de leerlingen concreet oplevert, wat ze hebben gepresteerd en waarin ze zijn vooruitgegaan.

Zorg voor zichtbaarheid via de interne nieuwsbrief. Vertel collega’s welke leerlingen namens de school gedebatteerd hebben en een compliment verdienen. Als een leerling dan de volgende keer een les moet missen vanwege een toernooi, zal daar meer begrip voor zijn.

Verstuur ook persberichten over behaalde prestaties naar regionale kranten. Hierdoor komt de school positief in het nieuws, waardoor de directie sneller de meerwaarde van de debatclub in zal zien. Zo verandert de debatclub van kostenpost naar investering.

 

 

Michel heeft 3 extra tips voor gevorderde debatclubs.
Klik hier om ze te lezen.

 

3 Tips voor gevorderde debatclubs

Door ALEXANDER SCHINKEL; speciale dank aan MICHEL KLIJMIJ

 Volgens Michel Klijmij moeten we niet vergeten dat “debatteren leerlingen leuker en slimmer kan maken, maar ook juist vervelender als ze wordt geleerd om ten koste van alles hun gelijk te halen.”     Behoefte aan meer advies bij het oprichten of begeleiden van een debatclub? Stuur gerust een bericht naar  Alexander Schinkel .

Volgens Michel Klijmij moeten we niet vergeten dat “debatteren leerlingen leuker en slimmer kan maken, maar ook juist vervelender als ze wordt geleerd om ten koste van alles hun gelijk te halen.”

 

Behoefte aan meer advies bij het oprichten of begeleiden van een debatclub? Stuur gerust een bericht naar Alexander Schinkel.

1. Geef verantwoordelijkheden aan leerlingen.

Op het Coornhert Gymnasium zijn leerlingen van de debatclub verantwoordelijk voor een groot deel van de organisatie. Leerlingen bepalen meestal zelf wat ze gaan oefenen op de vrijdagmiddag. Ook bepalen zij hoe het beschikbare budget vanuit de school besteed zal gaan worden. Michel faciliteert en helpt wanneer dat nodig is, maar de debatclub houdt zichzelf in stand.

Naast het praktische voordeel dat het de begeleidend docent minder tijd kost, raken leerlingen hierdoor meer betrokken bij hun eigen club. Daarbij krijgen leerlingen de kans allerlei organisatorische vaardigheden op te doen. Geef daarom leerlingen -uiteraard onder begeleiding- zoveel mogelijk verantwoordelijkheden.

2. Investeer ook in leerlingen uit de onderbouw.

Als de debatclub alleen uit leerlingen uit de bovenbouw bestaat, is de kans groot dat met de eindexamens de debatclub leegstroomt. Investeer dus in leerlingen uit zowel de onder- als bovenbouw, Zo blijft er altijd een 'harde kern' van debaters die een aantal jaar bij de debatclub blijft. De kennis en ervaring van oudere leerlingen kan dan worden doorgegeven aan de volgende lichting debaters.

3. Winnen is niet alles.

Natuurlijk is het leuk om wedstrijden te winnen, maar dit is niet het meest waardevolle dat leerlingen uit debatteren kunnen halen. Het gaat vooral om dat je hen goed leert denken, luisteren en spreken. Vaardigheden die een leven lang van pas zullen komen.

Volgens Michel moeten we niet vergeten dat “debatteren leerlingen leuker en slimmer kan maken, maar ook juist vervelender als ze wordt geleerd om ten koste van alles hun gelijk te halen.” Rivaliteit kan het beste in mensen naar boven halen, maar soms ook onsportiviteit. Vergeet dus niet om af en toe te relativeren, omdat debatteren leerlingen zoveel meer oplevert dan winst of prijzen.

 

 

Heeft u de 5 tips voor beginnende debatclubs al gelezen?
Klik hier om ze te lezen.